On tour… Studio Sier in Dinxperlo

Dinxperlo, hoe kom je daar? Nu, je rijdt naar Duitsland en je stopt een paar meter voor de grens letterlijk. Of je komt via de andere kant en rijdt eerst door Duitsland. Bijzonder spannend in mijn geval, want mijn paspoort ligt op dat moment ergens op een ambassade te wachten op een visum voor de zomer. Ik kies dus voor de eerste optie. En eindig in het gezellige plaatsje, waar het even goed kijken is om Studio Sier te vinden.

Ik heb geen rommel, ik heb ideeën

Studio Sier is een heerlijk knus hoekje in een gezellige winkelstraat. En misschien dat je bij hoekje denkt aan iets kleins en ondergeschikt. Maar dat is het zeker niet. De kleuren aan garens nodigen je vanaf de muren al uit om ze te ontdekken, mee te nemen en mooie dingen van te maken. Maureen legt uit dat ze vooral wil inspireren. Aan voorbeelden in ieder geval geen gebrek. Vrijwel allemaal door Maureen zelf gemaakt. En mocht dat niet genoeg zijn, schuif dan aan bij een van de legio workshops die worden georganiseerd. Voor ieder wat wils en aan bekende en onbekende namen geen gebrek. Blijkt dat Dinxperlo toch bekender is dan ik dacht.

Verstopte bolletjes

De meest populaire workshop is verrassend genoeg sokken breien. De insteek van de winkel is vanaf het begin af aan hip, modern en vooral kleurrijk geweest. Daar paste sokken breien niet direct zo in. Maureen zegt:”we zouden het zo jammer vinden als deze ambacht verloren zou gaan, daarom zijn we voorzichtig begonnen met een workshop. Natuurlijk wel met leuke hippe sokkenwolletjes!” Nu zitten de workshops vaak al vol voor ze goed en wel op het krijtbord achter de kassa zijn geschreven. En ze worden gegeven door een dame die eerder een ander winkeltje met garens in Dinxperlo had. 

Kleur voert de boventoon in Dinxperlo

Aan sokkenwol geen gebrek in ieder geval, net als veel andere garens. Soms is het verbazingwekkend hoeveel verschillende garens je in een kast kwijt kunt. En dan hebben we het alleen nog maar over de zomergarens. Een prominente plek is gereserveerd voor Stylecraft, de must voor Maureen om in de winkel te hebben. Haar eigen favoriete garen om dekens mee te maken. En tsja, dat wat je zelf graag gebruikt, daar ben je ook extra enthousiast over. 

Men zegt wel eens dat de klant koning is. Toch volgt dat vaak uit een soort verontwaardiging voor een verzoek, een onhaalbaar verzoek. Bij Studio Sier is de klant zeker koning. Niet omdat het moet, niet omdat je iets vraagt, maar omdat Maureen het gewoon veel te leuk vindt om je te helpen aan wat je zoekt. Ook als je dat zelf misschien nog niet helemaal scherp hebt.

Iets nieuws

Ik ben niet zo van de dikkere garens. Ik vind haaknaald 4,5 al dik genoeg, behalve dan voor Tunisch haken. Maar soms laat ik me verleiden tot iets niets en anders. Zoals ook deze keer na mijn bezoek aan Hobbykamer de Blauwe Vlinder in Dronten. Ondanks dat er al aardig wat projecten van mijn haaknaald zijn gerold, maar er zijn ook nog aardig wat garenmerken waar ik nog verrassend weinig mee gewerkt heb. Iets met maar 24 uur in een dag. Zo moest ik van Karin Katia Merino Aran eens uitproberen. De drie bollen ‘Karin’s groen’ (lees in mijn andere blog over mijn bezoek) brandden de hele dag in mijn tas om iets mee te doen. Maar uiteindelijk gebeurde dat pas drie dagen later, ’s avonds op de bank. Een brede heerlijke sjaal zou het worden. Hij was bijna dezelfde avond nog af…

Sinds ik haak heb ik iets met sjaals. Ik vind het heerlijk om een sjaal om te hebben en daar lekker in weg te kruipen. Goed excuus ook om elke keer maar weer aan de slag te gaan voor een heerlijke sjaal. Maar het patroon is elke keer lastig kiezen. Ik heb acht verschillende patronen geprobeerd voor ik bij deze uit kwam. Maar dan haakt het ook wel zo lekker weg dan diezelfde avond de sjaal al half af was. En het was alleen omdat ik last-minute had besloten de volgende ochtend vroeg met de auto op pad te gaan dat ik van mezelf de garens neer moest leggen en naar bed dus. 

Hieronder heb ik het patroon van de sjaal voor je uitgeschreven. Maar let op! Het is verslavend en voor je het weet haak je hem in een ruk af. Al zijn dat wat mij betreft de betere projecten ;).

Benodigdheden:

  • Haaknaald 6, of een haaknaald die past bij jouw hand. Kijk even kritisch of het garen soepel valt. Ik haak over het algemeen wat strakker, maar ik vind he took fijner als het patroon wat mooier uit komt en wat strakker is gehaakt.
  • 3 bollen Katia Merino Aran, ik gebruikte kleur 65

In dit patroon worden vier steken gebruikt:

  • l: losse
  • v: vaste
  • stk: stokje
  • sgstk: samengehaakt stokje

Een samengehaakt stokje maak je als volgt. Als je twee stokjes samen moet haken. Start je als een gewoon stokje. Als je drie lussen op de naald hebt haal je de draad door de eerste twee lussen. In plaats van dat je ook de laatste twee lussen doorhaalt, gaan we nu eerst een nieuw stokje haken. Sla de draad om, steek in de volgende steek en haal de draad op. Haal de draad weer door de eerste twee lussen op de naald. Je hebt nu drie lussen op de naald staan. Sla de naald om de draad en haal in 1 keer door alle lussen op de naald. Je zit nu dat je aan de bovenkant maar 1 steek hebt. In dit patroon haken we echter geen twee stokjes samen, maar vijf. Dat wil zeggen dat je het proces van alleen door de eerste twee lussen halen 5 maal doet en dan de draad omslaat en in een keer door alle 6 de lussen op de naald haalt.

Haak 49l

Toer 1: Haak 3l (=1e stokje) , 2 stokjes samen in de 4e en 5e steek vanaf de naald, *1l, 1 steek overslaan, 1stk, 1l, 1 steek overslaan, 1 stk, 1l, 1 steek overslaan, 5 stk in de volgende steek, 1l, 1 steek overslaan, 1stk, 1l, 1 steek overslaan, 1 stk, 1l, 1 steek overslaan, 5 sgstk*, herhaal van * tot * tot einde. Eindig met 3 sgstk.

Toer 2: Haak 1 losse (=keerlosse), en vervolgens 1 vaste in elke steek. Let erop: haak om de lossen van de vorige toer en let erop dat je bij de samengepakte stokjes in de bovenste twee lussen van de samengepakte stokjes steekt en niet in de losse erna! Anders komen de waaiers niet mooi boven elkaar.

Herhaal toer 1 en 2 vervolgens tot je bollen op zijn. Kortom kind kan de was doen. Veel haak- en draagplezier!

Geluk is te koop: Katia Merino Aran

Kleren maken de man, maar garen maken net zo goed het project. Het kiezen van een garen is net zo belangrijk als het kiezen van een patroon. Garens voegen altijd iets toe aan een patroon. Een ander garen heeft een andere uitstraling en daarmee ok een ander resultaat. Maar hoe kies je nu het juiste garens? En met alle keuze tegenwoordig, hoe zie je door de bomen het bos? Ik help je in deze serie blogs een beetje op gang door verschillende garens te bespreken. Vandaag: Katia Merino Aran.

Praktische zaken eerst. Merino Aran is een mix van (iets meer) scheerwol en acryl. Verkrijgbaar in zo ongeveer alle kleuren van de regenboog. Bollen van 100 gram en 155 meter om en nabij, dus dat haakt lekker door. En laten we het belangrijkste niet vergeten. Het garen kan prima in de wasmachine en in de droger. Kortom alle excuses om heerlijk aan de haak te gaan met leuke vesten en shirts die vanuit de wasmand zo weer aan kunnen. 

En dit garen is heerlijk om grotere projecten zoals vesten en truien te maken. Het is dik garen dat je makkelijk op een naald 5 of 6 kunt haken. Normaal gesproken niet helemaal mijn ding. Tegen een naald 4,5 wordt het voor mij al wat te grof. Dat heeft iets te maken met mijn perfectionisme vrees ik. Hoe kleiner de naald hoe preciezer je kunt haken en hoe mooier het patroon uit komt. En eerlijk is eerlijk, ik heb er bijna een hele avond over gedaan om een patroon te vinden dat ik mooi vond. Maar toen ik dat eenmaal had gevonden, kon ik niet meer stoppen. Het voordeel van een grote naald is wel dat het project een stuk sneller vordert dan met eennaald nummer 3. Kortom dankbaar garen en zo is zelfs het grootste vest zo klaar. 

Een patroon met dik garen komt anders uit dan een patroon met dunner garen. Er zit minder nuance in dus kies geen patroon met kleine details. Maar bijvoorbeeld met clusters of zoals ik het deed met waaiers. Het patroon voor de sjaal die ik ervan heb gehaakt, kun je hier vinden. Ik ben verbaasd eigenlijk hoe leuk het patroon eruit ziet nu het eenmaal klaar is. Misschien ben ik inderdaad te kieskeurig en te perfectionistisch voor dikke garen.

Dat neemt niet weg dat mijn sjaal van het kaliber is dat hij niet meer af gaat. Het garen voelt ondanks de wol helemaal niet kriebelig aan en het valt geweldig. Volgens mij geldt voor Katia Merino Aran, wat je er ook van maakt – het haakt heerlijk weg en je draagt het resultaat tot in de oneindigheid. Kortom een miskoop met dit garen is onmogelijk – een onmisbare toevoeging op de collectie.

Lief viooltje, dank voor je kleur

“Rozen zijn rood, viooltjes zijn blauw. Ik houd van jou.” dit is waarschijnlijk en van de meest gebruikte rijmende zinnen ooit. Daar durf ik aardig wat geld op in te zetten. Toch zijn het op de Valentijnsdag de rozen die vijfmaal zo duur zijn en loop je al snel een blauwtje als je met een schaal viooltjes aan komt. Tenminste normaal gesproken. Mijn vader zou je juist bijzonder blij maken met zo’n schaal. En mij misschien ook wel meer dan met een bos rozen. Aangezien ik niet de meest groene vingers heb, overleven ze waarschijnlijk langer dan die rozen – die ik trouwens ook niet krijg. En daar komt nog bij dat viooltjes in veel meer en mooiere kleurencombinaties te vinden zijn. Reden temeer om er eens een blog over te schrijven.

Om eerste even terug te komen op het begin, viooltjes zijn trouwens helemaal niet voor iedereen het symbool van liefde. Sterker nog Shakespeare, die ik bijna de koning van de liefde zou durven te noemen, zag ze eerder als een symbool voor de dood. Dat wil zeggen, als ze werden genoemd in de toneelstukken dan was het meestal vlak voor of nadag er een karakter een tragische dood had gevonden. Al is dat laatste misschien niet heel erg lastig als je een beetje bekend bent met Shakespeare’s stukken. 

Het potje dat ik haakte

Maar hoewel we het altijd hebben over ‘viooltjes’ in algemene zin, is er een grote variëteit. Natuurlijk kennen we de lange rijen plantenbakken bij het tuincentrum gevuld met praktisch elke te bedenken kleurencombinatie. Maar wist je dat deze eigenlijk in veel gevallen slechts een paar van de vele (lees, 400+!) soorten viooltjes zijn die er bestaan? De veelheid van kleuren komt omdat er binnen de soort veel is gekruist met als gevolg natuurlijke en spontane verkleuringen. De kwekers maken hier dankbaar gebruik van met als gevolg een verbazingwekkende combinatie aan kleuren in onze tuin. Of ze nu groot zijn of je juist een plekje hebt gevonden voor de kleinere bosviooltjes, de kleuren trekken sowieso de aandacht.

En dat is vooral het leuke aan viooltjes, ze zijn kleurrijk bijna het hele jaar door. Dat wil zeggen, zo lang als het niet vriest blijft de bloem bloeien. Dus ondanks dat het plantje slechts 1 seizoen je tuin op kan vrolijken, dan is het wel een lang seizoen. En wat mij betreft is er niets leukers en vrolijkers dan een verzameling viooltjes in elke mogelijke kleurencombinatie te aanschouwen. Een kopje thee en een zonnetje erbij en voorlopig ben ik wel zoet.


Met alleen een klein balkon tot mijn beschikking – waar ik vanaf de bank ook nog eens geen zicht op heb – zijn de kleurige velden voor mij geen optie. en omdat zelfs mijn borduurwerk van viooltjes op de vensterbank niet volledig het verlangen dekt, ontwerp ik maar een plantenpotje met viooltjes. Zo heb ik niet alleen een leuk haakproject maar heb ik vanaf nu ook een beetje extra kleur in huis.

Wil je er ook mee aan de slag? Het patroon is te vinden via de link onder en om de lente te vieren nog tot eind mei in de aanbieding.

Alle konijnen verzamelen!

Dat ik fan ben van konijnen mag geen verrassing meer zijn als je onze geweldige officemanager kent. En dus moet Pasen als feest wel hoog op mijn lijstje staan. Ja dat doet het zeker. maar vooral omdat ik ook erg van croissantjes houd die we vroeger dan altijd bij het paasontbijt hadden. Inmiddels staat er geen Paastak meer in de kamer en bestaat het paasontbijt gewoon als elk ander ontbijt uit yoghurt met muesli. Maar haken voor Pasen om mijn huis te versieren vind ik nog steeds een prima excuus. Hierbij dus een blog over hoe de hazen lopen en of het ei of de kip nu eerst kwam.

Laten we het eerst eens even over Pasen hebben. Zoals wel meerdere feestdagen tijdens ons jaar met een herkomst in de religie waar we de dood en wederopstanding van Christus vieren. Toch zien we geen taarten en broodjes in de vorm van doornenkransen. De Paashaas komt verrassend genoeg uit een heel andere achtergrond. De Germaanse godin Eostre was verantwoordelijk voor het weer en stuurde volgens de mythologie de verschillende seizoenen op tijd de wereld in. Tegenwoordig heeft ze haar werktijden zo het lijkt definitief aangepast, maar toen al versliep ze zich zo nu en dan ook. Met als gevolg dat de lente te laat kwam voor een klein vogeltje dat met lamme vleugels over de aarde hopte. Maar Eostre was altijd in voor creatieve oplossingen en veranderde het vogeltje in een haasje zodat het toch een fijn leven kon leven. En eens per jaar kan het nu, net als de verre voorouders, eieren leggen.

En over eieren gesproken, die komen dan weer wel van het Christelijke feest. Pasen kondigt het einde van de vastentijd aan. Tijdens deze periode wordt er van oudsher geen vlees, eieren en boter en dergelijke gegeten. Het verhaal zou gaan dat de kippen wel eieren bleven leggen tijdens deze periode. De eerste dag na de vastenperiode was daarom een mooie gelegenheid om de grote voorraad eieren aan te spreken. Tegelijkertijd worden eieren ook gezien als een symbool voor vruchtbaarheid. Of dat nu voor het land of voor de mensen geldt zou ik niet durven zeggen – ik heb geen onderzoek gedaan naar graanopbrengsten en de drukte bij verloskundigen in de periode na Pasen.

Dus, de beste voorbereiding voor Pasen afgezien van cholesterolverlagende middelen is dus met behulp van naald en draad. Als je niet een rondhuppelende viervoeter hebt, haak dan is dit haasje van Ravelry. Heerlijk om te haken en ik kan uit ervaring zeggen nog lekkerder om mee op de bank te duiken of in bed mee te knuffelen. En in de categorie klassiek en onmisbaar mag Snuf Konijn van Stip&Haak ook niet ontbreken. Dan weet ik zeker dat het een vrolijk Pasen wordt. Wil je er toch als de kippen bij zijn? Denk dan eens aan een eierschort om heel handig al je eitjes van en naar de keuken de dragen. Of ze nu uit het kippenhok of uit de boodschappentas komen. Ik kan je echter wel aanraden om ze in ieder geval niet rauw erin te stoppen. Tenminste als je zo klunzig bent als ik. Wil je toch liever voor de veiligere optie gaan? Haak dan gewoon fijn deze eierwarmers in de vorm van haasjes. Veilig, vrolijk en echt iets voor het voorjaar.

On tour: Het Wolhuis – Rijssen

Rijssen ligt niet naast de deur, tenminste niet naast de mijne. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het was immers alweer een tijdje geleden dat ik richting de Achterhoek ben geweest. Maar het is het wachten tot dat ene koude weekend in september waard. Dat zijn de momenten dat je spijt hebt dat je met de trein gaat en koukleumend op stations staat te wachten, maar het ontvangst des te warmer is.

Een warme ontvangst wil trouwens niet zeggen dat ik de volledige aandacht hebt. Want, zoals ik inmiddels bijna gewoon begin te worden, worden we regelmatig onderbroken door klanten. het pand is klein, maar dat voelt in dit geval vooral knus aan. Je dwaalt bijna door een doolhof van hoge kasten gevuld met allerlei soorten, kwaliteiten en kleuren aan garens. Je moet hier zeker niet met al te veel ideeën binnen lopen, want voor je het weet loop je met een tas vol garens en een to-do lijst voor de komende jaren de winkel weer uit.

Over to-do lijsten gesproken, de eigenaresse van de winkel Ria had precies dat op haar lijstje staan. Al heel lang had ze het verlangen om een winkel in garens te beginnen. Eerst begon dat thuis, online. Maar al snel miste ze het contact met de klanten. Je pakt de garens in en vervolgens weet je niet wat ermee gemaakt wordt en dat is jammer. Zo begon het idee klein, maar zoals alles wat klein begint werd het al snel groter wanneer er van alles bij komt. En nu ligt er eigenlijk teveel in de winkel.

De winkel hangt vol met voorbeelden en ideeën voor praktisch alle garens die te vinden zijn. Waaronder het merk Rowan, eentje waar ik nog niet eerder van gehoord had. Toch is het met een fabriek sinds 1978 een van de oudste merken garens die we kennen. Ze waren de eerste die aan de slag ging met wat creatievere garens. De luxe mixen van onder andere merino- en alpaca wol en viscose in de Rowan Felted zijn vind je bijna nergens anders. Maar wat ik het allerleukste eraan vind, en waarom ik best snap dat het Ria’s favoriete garen is, is dat het voelt als vroeger. De Rowan Felted Tweed is een echt kriebelig garen zoals ik me de truien en sjaals van vroeger voor kon stellen. En ik kan niet wachten om ermee aan de slag te gaan en een mooi paar wanten of een muts van te maken.

Ik moet helaas de kou weer in met mijn ‘gewone’ muts, door naar de volgende bestemming van vandaag. Maar ik weet wel dat als het straks warmer wordt, ik snel weer de trein naar dit uithoekje van Nederland pak. Want het is de drie uur reizen meer dan waard.

Geluk is te koop: Durable Cosy Fine

Haken is stressvol – ondanks wat iedereen zegt. Overal om je heen zie je nieuwe ideeën ontstaan maar je hebt nooit de tijd en het geld om het allemaal te maken. Dus moet je kiezen – en in mijn geval is dat bijzonder stressvol. Regelmatig kies ik ook niet, ja echt in alle eerlijkheid. En inmiddels moet ik waarschijnlijk ook opbiechten dat ik waarschijnlijk zelf prima een wolwinkel uit huis zou kunnen beginnen met de grote hoeveelheid garens die hier ligt. Hoog tijd om eens in de voorraad te duiken en te vertellen wat ik met de verschillende garens zou maken (en juist niet). Vandaag begin ik met mijn favoriet: Durable Cosy Fine.

Ik leerde het garen eigenlijk per toeval kennen toen ik op zoek was naar een goedkoper alternatief om een grote poncho te haken in Tunische steken. Waarbij ik trouwens niet wil insinueren dat Durable goedkoop is, maar het is ook niet gigantisch duur. Dus toog ik met een zak vol in twee kleuren naar huis en begon met mijn Tunische avontuur – en zo begon mijn liefde voor Durable Cosy Fine.

Het garen is echter waarschijnlijk meer bekend van de 2017 CAL Cosy Woondekens ontworpen door Jolanda en Naomi. Woondekens in twee kleurenvariaties gemaakt met dit garen. Of van de wanten en andere Scandinavische creaties van het Handwerkjuffie. Omdat het door de toevoeging van Acryl zo heerlijk luchtig is, houdt het ook fijn warmte vast. Toch splijt het niet al je haakt. Iets waar ik altijd een hekel aan heb.

Cosy Fine heet niet voor niets Cosy, want het is zacht en superfijn. Niet zacht in de zin van pluizig en het is ook wel soepel maar het heeft wat mij betreft wel iets weg van fluweel. Dat maakt het wat mij betreft uitzonderlijk geschikt voor kledingstukken. Die eerste poncho in Tunische steken, was een groot succes. Al moet ik, eerlijk is eerlijk, nog wel de poncho af werken. Met de restjes ben ik begonnen aan een Tunisch gehaakte shrug. Die is inmiddels af en draagt heerlijk. Het patroon is hier te vinden.

Dat is echter niet alles want ik ben fan van zachte knuffels, of knuffels in het algemeen, en zou daarom zeker aanraden om van dit heerlijke garen ook eens een amigurumi in elkaar te knutselen. Hoe groter hoe beter zou ik bijna zeggen. Dus, hoog tijd om jouw tas vol te stoppen met Durable Cosy Fine en heerlijk aan de haak te gaan.

Kunst en Kitsch: Royal Delft

Inspiratie vind je overal om je heen. En met technische snufjes als Pinterest, Ravelry en Facebook zou je tegenwoordig de deur niet meer uit hoeven om een nieuw project te vinden. Maar het kán wel! In de serie blogs ‘Kunst en Kitsch’ laat ik je zien welke musea mij inspireren voor nieuwe projecten. Soms heel simpel, soms iets minder – soms zelf ontworpen, en andere keren heel makkelijk te vinden en af en toe wat variaties op bestaande ontwerpen. Deze keer de Koninklijke Porceleyne Fles.

Delfts Blauw is bekend, beroemd zelfs. Maar wist je ook dat het nog steeds met de hand wordt gemaakt in diezelfde stad? Al sinds de 17e eeuw wordt hier volgens een door Joost Thooft verbeterd productieproces een hoogstaande kwaliteit aan Delfts Blauw geproduceerd. Zoals in veel gevallen is het Delfts Blauw ontstaan uit noodzaak en oorlog. Het Chinese porselein van blauw op wit gedecoreerde stukken servies werd al vanaf begin 1600 door de V.O.C. geïmporteerd naar Nederland. Door een burgeroorlog werd de toevoer van dit inmiddels zeer populaire product opeens beperkt en moest er een alternatief worden gezocht. Nederlandse pottenbakkerijen sprongen in het gat en zo is Delfts Blauw geboren.

Het meest unieke aan het gehele proces blijft het feit dat de decoratie in het zwart wordt aangebracht op het product en pas na het bakken zijn mooie blauwe kleur krijgt. Tenminste, de originele handgeschilderde stukken. Door de kobaltoxide (een samenstelling van de elementen Kobalt en Zuurstof) in de verf worden er chemische reacties veroorzaakt tijdens het bakproces die ervoor zorgen dat de verf blauw kleurt. Omdat je bij deze techniek de verf in 1 keer goed aan moet brengen op het object dat geschilderd wordt, is het een echte kunst. Het duurt dan ook wel even voor je tot meesterschilder aan de slag mag aan de ontwerpen. En zelfs dan wordt het patroon vaak eerst nog met potlood aangebracht op de vaas of het bord voor er daadwerkelijk op wordt geschilderd.

Door naar de minder breekbare toepassing van deze techniek, de gehaakte versie. Natuurlijk kun je elk patroon dat in blauw en wit is uitgevoerd met leuke patroontjes wel ergens binnen Delfts Blauw scharen – met een beetje fantasie. Maar het is natuurlijk nog leuker om de echte sfeer van Delft terug te zien in je werk. Zo maak je deze mooie Mandela deken van Lilla Bjorn heel makkelijk mooi Delfts Blauw door hem met blauw en wit te haken. Ook kun je natuurlijk de tulpentas in Delfts Blauwe kleuren haken. Neem daarvoor bijvoorbeeld een witte hoofdkleur, een donkerblauwe kleur voor de stengels en de blaadjes en een lichter blauw voor de tulp zelf. En als je Delfts Blauw net als ik wel wat ruimer neemt, dan haak je gewoon fijn de Holland’s Glorie tas

En als je mijn pagina in de gaten houdt, beloof ik je dat je binnenkort verrast wordt met een bijzonder en mooi project in Delfts Blauwe kleuren. 

Geluk is te koop: Scheepjes Softfun

Haken is stressvol – ondanks wat iedereen zegt. Overal om je heen zie je nieuwe ideeën ontstaan maar je hebt nooit de tijd en het geld om het allemaal te maken. Dus moet je kiezen – en in mijn geval is dat bijzonder stressvol. Regelmatig kies ik ook niet, ja echt in alle eerlijkheid. Maar ik merk wel dat ik steeds bewuster ga kiezen welke garens ik voor welk project gebruik – zeker als ik het zelf ontwerp. Laat ik je meenemen in mijn zoektocht naar het perfecte garen. Vandaag centraal: Scheepjes Softfun.

Niet dat ik het bewust deed, maar ik heb eigenlijk nog bijzonder weinig gehaakt met het merk Scheepjes. Wellicht dat het altijd zo uit kwam en dat ik pas sinds kort wat creatiever wordt, maar toen ik laatst in mijn favoriete winkel in Arnhem was om garens te kopen, kon ik er niet meer onderuit. Ik wist de kleuren en wat er van moest komen en toen bleek opeens dat Softfun precies in dat plaatje paste.

Softfun is net iets meer katoen dan acryl en superzacht om mee te haken. In mijn geval dus perfect voor een knuffel in de kinderkamer. Het is een garen dat net iets dikker is dan het normale katoen. Waardoor je er aan de ene kant net iets meer volume mee kan geven aan items als bijvoorbeeld kleding of omslagdoeken. Terwijl je aan de andere kant erg strak kunt haken zodat de vulling er niet doorheen komt.

Haak het met een kleine naald om een strak haakwerk te krijgen en een grotere om een luchtig resultaat te krijgen. Ik haakte van de restjes van twee bollen een heerlijke muts in de granietsteek. Door het wat dikkere garens met een grotere haaknaald te haken behoudt het zijn volume en blijft het heerlijk warm. Een heerlijk multifunctioneel garen dus dat eigenlijk overal wel in de kast hoort te liggen. Als je tenminste een fijne garenvoorraad thuis wilt hebben om nieuwe projecten mee te maken.

On tour: Atelier Jaffari in Arnemuiden

Soms ben ik heel bewust op zoek naar nieuwe adresjes en plekken om op bezoek te gaan. En soms ook niet, dan vinden de plekjes mij gewoon. Zoals Atelier Jaffari in Arnemuiden. Na een gezellig familiebezoek met strandwandeling en een goede dosis Indisch eten van vaders had ik besloten om zaterdags met mijn moeder nog even op pad te gaan. Precies op het moment dat ik me herinnerde dat er in Arnemuiden, een dorp praktisch om de hoek van Middelburg (waar ik ben opgegroeid) een garenwinkel is. Kortom, waar we heen gingen daar hoefden we het niet lang over te hebben. Jeanet had laten weten dat we van harte welkom waren en met de boodschappenlijstjes in de hand gingen we op weg.

Hoe ver de winkels ook in het land van elkaar liggen. In elke winkel die ik bezoek hoor je eigenlijk hetzelfde verhaal: ‘Ik wil graag dat mensen blij de winkel uit gaan’. Ook hier. Jeanet toont oprecht interesse in wat je wilt maken en denkt actief mee. Ze wil je graag verder helpen en heeft er geen bezwaar tegen als je alle bolletjes op tafel gooit om eens rustig uit te zoeken welke het beste past voor jouw project. De grote kasten met vakken met bolletjes, niet netjes opgestapeld maar functioneel neergelegd, nodigen uit tot rommelen en zoeken. Mijn moeder maakte meteen gebruik van de extra hulp aanwezig om ander garen uit te zoeken voor een omslagdoek die ze in de winkel had zien hangen. Zoals Jeanet zegt, is het niet alleen maar ja knikken, maar soms ook gewoon nee zeggen. Sommige patronen komen gewoon niet mooi uit met bijvoorbeeld verloopgaren met een kort verloop. En dan moet je het ook durven om iemand met lege handen de deur uit te laten gaan. 

Er zit een mooie historie achter de winkel, in verschillende opzichten. Zo’n 20 jaar geleden nam Jeanet de winkel over samen met haar man Ali. Hij heeft achterin een naaiatelier. Voorin is de kleine kast, aanvankelijk gevuld met katoen, sokkenwol en acryl, inmiddels verwisseld voor een serie kasten en tafels gevuld met allerlei bolletjes. De opkomst van blogs en daarmee de beschikbaarheid van patronen zo’n 7-8 jaar geleden heeft deze mogelijkheden gecreëerd. Na de vleermuismouwen en borsteltruien eind jaren ’80 eindigde in een dip voor haken en (met name) breien. Niet iedereen die twee naalden vast kon houden was meer aan het breien met als gevolg dat de verkoop ook terug liep. Inmiddels is dat anders en Jeanet is ook een blog begonnen: blij-dat-ik-brei.blogspot.com. Hier deelt ze allerlei ideeën die ze langs ziet komen, patronen en linkt ze naar andere mensen die mooie dingen maken. 

De echte passie begint toch bij die vleermuismouwen en borsteltruien. Of eigenlijk de Zeeuwse klederdracht en de visserstruien, onmisbaar in zo’n karakteristiek vissersdorp als Arnemuiden. Samen met Tante Zoet blies ze oude omslagdoekjes, breipatronen en visserstruien nieuw leven in. Want een klassiek wit omslagdoekje dat vroeger over de zwarte jurk onder de boezem werd vastgemaakt, is in een bonte Lang Yarns met grote haaknaald opeens een super comfortabele én hippe omslagdoek. En een serie oude breipatronen in blokken werd per ongeluk opeens een Zeeuwse deken. Vreemd eigenlijk om te denken dat er slechts 1 misschien 2 generaties zitten tussen mij en de mensen die de klederdracht droegen, maar ik er niet eens meer aan denk. Dit soort initiatieven zijn geweldig – vind ik – om erfgoed levende te houden. En als we gordijntjes zoals vroeger kunnen haken, waarom dan niet dit?

Een ding is zeker. Atelier Jaffari is op allerlei manier een geweldige bron van inspiratie. Dat straalt Jeanet sowieso uit als ze nog voordat we zitten begint te vertellen over het Brei- en Haakfestival elk jaar op de eerste zaterdag in juni – dit jaar ook daadwerkelijk 1 juni. Waar de auto’s voor de deur plaats maken voor witte tenten vol gebreide en gehaakte dekens, bloggers vanuit het hele land met workshops en een serie meegebrachte campingtafels en -stoelen. Een echt uitje, een soort van brei- en haakclub 2.0, met normaal een paar honderd mensen. Een snelle blik in het gastenboek op de balie laat zien hoeveel mensen een geweldige dag hebben gehad de afgelopen jaren. Kortom ik heb mijn kamer bij Hotel Mama al gereserveerd. En moeders? Die kijkt nu al uit naar het moment dat ze van de zomer op haar fietsje naar Arnemuiden kan om bolletjes te gaan shoppen voor een nieuw project. Heerlijk snuffelen en kletsen tussen de bolletjes. Ik kan me geen betere dagbesteding bedenken.