Nooit te oud om te leren

Nieuw jaar, nieuwe kansen, nieuwe uitdagingen. Dit jaar op nummer 1: breien. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Er is een reden waarom ik tot nu toe altijd heb geroepen dat ik met 1 naald al gevaarlijk genoeg ben. Al was dat misschien niet de allerbeste opmerking toen de bewaking bij het koninklijk paleis in Londen vroeg of ik breide terwijl hij mijn haaknaald omhoog stak. Maar goede voornemens of niet, je moet er wel iets mee. En dus besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en weer eens op bezoek te gaan bij Creahuys 41. Voor de gezelligheid want dat is het bij Audrey sowieso altijd, maar ook om de workshop recht en averecht breien van Nienke Landman te volgen.

Een vreemde dag was het wel. Mijn zusje stapte op het vliegtuig naar een of andere exotische bestemming, mijn ouders zouden dat de volgende dag doen en ik ging op breicursus. Al denk ik achteraf dat ik misschien wel de beste van de drie opties had gekozen. Creahuys 41 in Hazerswoude-Rijndijk is verhuisd sinds ik er de laatste keer ben geweest. En dat is meer dan leuk want dat betekent dat ik weer heerlijk nieuwe plekjes en nieuwe garens kan ontdekken. Maar omdat schijnbaar half Nederland de A12 koloniseerde kwam ik iets later aan dan gepland dus het was meteen aan de slag met garens voor het nieuwe project. Borgo de Pazzi en bamboe rondbreinaalden is de keuze op gevallen. Sommige gewoontes kun je beter maar in stand houden. 

Met een kopje thee en voldoende lekkernijen is het dan tijd om aan de slag te gaan. Want we kunnen niet blijven kwijlen voor de kasten vol met bolletjes. We laten het gras er niet over groeien want niets proeflapje, we gaan gewoon meteen voor de 40 steken. Al is dat breiend opzetten, en dat zo los doen dat je daarna ook echt verder kunt breien, misschien nog wel de grootste klus van de workshop. Onder bezielende leiding met hier en daar wat praktische hulp van Nienke lukt het echter. En al snel beginnen de eerste patroontjes te verschijnen.

Dat kan ook niet anders want Nienke helpt iedereen vooruit. Of het nu is met algemene tips over hoe je patronen leest en waar je rekening mee moet houden tot het voordoen van de rechte en averechte breisteek. Aan de andere kant is het toch wel een wonder dat er in totaal maar een tweetal steken is gevallen of er magisch bij is gekomen met al dat geklessebes tussendoor. Een workshop is dan wel om iets te leren, maar het moet vooral ook gezellig zijn. En dat is het. Nienke is een geweldige docent die alles heel goed weet uit te leggen, proeflapjes meeneemt zodat ze alles voor kan doen en zelfs ervoor zorgt dat we het afhechten kunnen oefenen. Dat in combinatie met goed gezelschap en een heerlijke gastvrouw die zelf ook enthousiast mee doet en dat is alles wat je nodig hebt op een regenachtige zaterdagmiddag.

Als ik weer eens bij een winkel langs kom en vertel dat ik een uur in de auto of twee uur in de trein heb gezeten, kijken mensen me vol verbazing aan. Waarom ik het doe? Heel simpel, omdat elke winkel zijn eigen leuke dingen heeft. Niets is leuker dan nieuwe mensen ontmoeten en rondneuzen op plekken waar je al een tijdje niet bent geweest. En dat is elke rit in de auto of trein waard

Liefde voor beton

Ik ben verliefd, op Kiev. Met slechts twee korte bezoekende aan de stad moet denk ik gesproken worden over liefde op het eerste gezicht. Het is een stad die getekend is door de tijd. En nog steeds getekend wordt door spanningen, ontwikkelingen en protesten. Het is ook een stad met passie. De liefde voor al haar facetten, van oude kabelbanen tot metrostations die bijna tot museum kunnen verworden. Maar vooral is het een stad van ongekende schoonheid. Elke hoek die je om slaat geeft je een nieuwe verrassing. Deze blog ga niet over architectuur, noch over reistips. Maar wel over hoe steden je haakwerk kunnen inspireren. Althans bij mij – maar daar kun jij ook iets mee.

Tot ongeveer 1955 werd de nieuwbouw in Oost-Europese steden gedomineerd door grijze blokken. Het was een unieke situatie. Door de bombardementen in de oorlog moestenveel stedelijke gebieden volledig opnieuw opgebouwd worden. Er was daardoor de mogelijkheid om de gebouwen op elkaar af te stemmen. Maar aandacht voor individualiteit was dus ver te zoeken. 

Na 1955 verandert dit. Er wordt meer geëxperimenteerd met vormen en er is meer ruimte voor het individu. Hoewel er nog steeds veel met (grijs) beton wordt gewerkt, zijn de vormen vrijer. Er komen meer gebogen lijnen en bijvoorbeeld vlechtwerk van gewapend beton. Deze architectuur, veel te vinden in steden in Polen, Moldavië en Belarus, is nog niet per se erkent. Het socialistisch modernisme wordt nog steeds gezien als Sovjet en bewoners geven duidelijk de voorkeur aan latere architectuur.

Maar onbekend maakt onbemind. Wat mij betreft in dit geval bijzonder onterecht. Dus trok ik de stoere schoenen aan en ging aan de slag met vlechtwerk. Met als resultaat ‘de Poolse col’. Perfect voor als je in de gure dagen van het jaar de architectuur in het Oosten wilt bekijken. Ik raad het in ieder geval van harte aan.

Kunst en Kitsch: Royal Delft

Inspiratie vind je overal om je heen. En met technische snufjes als Pinterest, Ravelry en Facebook zou je tegenwoordig de deur niet meer uit hoeven om een nieuw project te vinden. Maar het kán wel! In de serie blogs ‘Kunst en Kitsch’ laat ik je zien welke musea mij inspireren voor nieuwe projecten. Soms heel simpel, soms iets minder – soms zelf ontworpen, en andere keren heel makkelijk te vinden en af en toe wat variaties op bestaande ontwerpen. Deze keer de Koninklijke Porceleyne Fles.

Delfts Blauw is bekend, beroemd zelfs. Maar wist je ook dat het nog steeds met de hand wordt gemaakt in diezelfde stad? Al sinds de 17e eeuw wordt hier volgens een door Joost Thooft verbeterd productieproces een hoogstaande kwaliteit aan Delfts Blauw geproduceerd. Zoals in veel gevallen is het Delfts Blauw ontstaan uit noodzaak en oorlog. Het Chinese porselein van blauw op wit gedecoreerde stukken servies werd al vanaf begin 1600 door de V.O.C. geïmporteerd naar Nederland. Door een burgeroorlog werd de toevoer van dit inmiddels zeer populaire product opeens beperkt en moest er een alternatief worden gezocht. Nederlandse pottenbakkerijen sprongen in het gat en zo is Delfts Blauw geboren.

Het meest unieke aan het gehele proces blijft het feit dat de decoratie in het zwart wordt aangebracht op het product en pas na het bakken zijn mooie blauwe kleur krijgt. Tenminste, de originele handgeschilderde stukken. Door de kobaltoxide (een samenstelling van de elementen Kobalt en Zuurstof) in de verf worden er chemische reacties veroorzaakt tijdens het bakproces die ervoor zorgen dat de verf blauw kleurt. Omdat je bij deze techniek de verf in 1 keer goed aan moet brengen op het object dat geschilderd wordt, is het een echte kunst. Het duurt dan ook wel even voor je tot meesterschilder aan de slag mag aan de ontwerpen. En zelfs dan wordt het patroon vaak eerst nog met potlood aangebracht op de vaas of het bord voor er daadwerkelijk op wordt geschilderd.

Door naar de minder breekbare toepassing van deze techniek, de gehaakte versie. Natuurlijk kun je elk patroon dat in blauw en wit is uitgevoerd met leuke patroontjes wel ergens binnen Delfts Blauw scharen – met een beetje fantasie. Maar het is natuurlijk nog leuker om de echte sfeer van Delft terug te zien in je werk. Zo maak je deze mooie Mandela deken van Lilla Bjorn heel makkelijk mooi Delfts Blauw door hem met blauw en wit te haken. Ook kun je natuurlijk de tulpentas in Delfts Blauwe kleuren haken. Neem daarvoor bijvoorbeeld een witte hoofdkleur, een donkerblauwe kleur voor de stengels en de blaadjes en een lichter blauw voor de tulp zelf. En als je Delfts Blauw net als ik wel wat ruimer neemt, dan haak je gewoon fijn de Holland’s Glorie tas

En als je mijn pagina in de gaten houdt, beloof ik je dat je binnenkort verrast wordt met een bijzonder en mooi project in Delfts Blauwe kleuren. 

Kunst en kitsch: Het Mauritshuis

Inspiratie vind je overal om je heen. En met technische snufjes als Pinterest, Ravelry en Facebook zou je tegenwoordig de deur niet meer uit hoeven om een nieuw project te vinden. Maar het kán wel! In de serie blogs ‘Kunst en kitsch’ laat ik je zien welke musea mij inspireren voor nieuwe projecten. Soms heel simpel, soms iets minder – soms zelf ontworpen, en andere keren heel makkelijk te vinden en af en toe wat variaties op bestaande ontwerpen. Deze keer: Het Mauritshuis, of zoals het volledigheid heet: Mauritshuis, Koninklijk Kabinet van Schilderijen.

Welkom in een van de mooiste gebouwen in Den Haag – het Mauritshuis

We weten allemaal dat het meest bekende museum in Nederland het Rijksmuseum in Amsterdam is, maar weten we ook dat veel van de belangrijkste werken in ons land eigenlijk naast het meest belangrijke gebouw in ons land hangen? Direct naast het Binnenhof en letterlijk in de achtertuin van het torentje staat namelijk het Mauritshuis. Het valt niet op en in vergelijking met andere musea vol grote werken is het bijzonder klein. Met maar 200 schilderijen op 2 verdiepingen en 18 kamers lijkt het nauwelijks de moeite waard. Maar laat ik dan vier woorden zeggen: Meisje met de Parel. Want Johannes Vermeer’s wereldberoemde schilderij hangt als pronkstuk in de laatste zaal. Na nieuw onderzoek is het inmiddels weer volop te aanschouwen en kijkt deze in bijna Arabische accessoires gehulde dame met een lichte twijfel en terughoudendheid haar nieuwsgierige bezoekers aan. Dat lijkt me reden genoeg voor een bezoek.

Alleen het interieur al…

Toen het schilderij net gemaakt was door Johannes Vermeer was er weinig waardering voor. Nu is dat trouwens geen uitzondering, veel schilders werden pas aan het eind van hun leven of (ver) na hun dood bekend. Maar dit schilderij was een iets ander verhaal. Het is ondanks wat er in het gelijknamige boek en de film over geschreven wordt, geen echt portret. Het schilderij is een tronie, een zogenaamde verpersoonlijking van een karakter, gemoedstoestand of een type, in het geval van het meisje een Oosters type. Dat het van Vermeer is, was trouwens ook lange tijd niet bekend – wellicht dat zijn roem, zowel van de schilder als van het schilderij daarom enige tijd duurde. Met het boek en de film is de populariteit inmiddels naar het hoogste niveau geklommen en zou je het schilderij bijna de Nederlandse Mona Lisa kunnen noemen. Bijna. Het werk van Vermeer is niet alleen uniek omdat het een Vermeer is, het kleurgebruik is net zo goed bijzonder en uniek te noemen. De schutere blik van het meisje wordt versterkt door de zachte kleuren die worden gebruikt en de simpele manier van schilderen.

Ik weet niet wie er treuriger kijkt 😉

Kortom, soms hoef je niet te moeilijk te doen om iets moois en uitzonderlijks te maken. Zo maakte ik deze sjaal en shrug met twee kleuren Scheepjes Tribe die erg op elkaar lijken. Toch is er een mooi zacht contract waarbij de een de andere versterkt. Of haal meteen inspiratie uit ‘Het Meisje met de Parel’ en maak eens een project met een klein kleurenpalet.

Op het scherpst van de naald: Macramé

Afgelopen zomer ben ik een hele week op pad geweest met de Scouting. Vroeger wilde ik altijd bij de Scouting. Leuk het bos in, spelletjes doen met elkaar. Maar op de een of andere manier is het nooit gelukt. Maar vorig jaar juni mocht ik dan toch eindelijk mijn sjaaltje aantrekken en met 50 internationale scouts het gebied net onder Assen onveilig maken. Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd is dat het heel belangrijk is hoe je je sjaaltje knoopt. Ik kan me daarom geen beter aanknopingspunten bedenken om eens te kijken welke mogelijkheden Macramé daarvoor biedt.

Alle begin is moeilijk en het leek mij een goed idee om de KreaDoe als startpunt te gebruiken voor mijn Macramé avonturen en daar een workshop te gaan volgen. Tot grote afschuw van mijn moeder die in de jaren van haar schooltijd zo verschrikkelijk veel aan Macramé heeft gedaan dat ze alles liever doet dan dat. Macramé is een bijzonder oude vorm van handwerken. Al in de 13e eeuw gebruikte Arabische wevers de verschillende knopen als versierselen op bijvoorbeeld handdoeken en zakdoeken. Het woord zelf is mogelijk ook afgeleid van het woord migramah, het Arabische woord voor de versierselen bij kamelen en paarden om de vliegen weg te houden of later gebruikt voor algemene versierselen. 

Macramé is eigenlijk veel dichter verwant aan haken dan we in de eerste instantie zouden denken. De verbindende factor is kant. Eerder schreef ik al een stuk over Iers kant, het heel fijne haakwerk dat ook wel een oorsprong heeft in kantklossen. En deze vorm van handwerken is in zekere zin hetzelfde. Net als dat je bij kantklossen knopen maakt met de klosjes om naalden, maak je bij Macramé ook series van knopen om zo een patroon te creëren. 

Hoewel de plant- en wandhangers zeer bekend en populair zijn, is er veel meer leuks dat je met deze techniek kunt maken. Omdat het een grof werk is, moet je er wel van houden. En vaak wordt het ook wat stugger dus zorg ervoor dat je wel zeker weet dat dat past. Maar als je bijvoorbeeld denkt aan een boodschappentas, shirtjes maar ook een vloerkleed of een ceintuur kunnen prima gemaakt worden met deze techniek. Helaas zijn er op bijvoorbeeld Ravelry erg weinig echte patronen te vinden. Maar op Etsy kom je al een heel eind. En op internet staan er ook al een boel gewonnen steken uitgelegd waarmee je zelf dan weer iets leuks in elkaar kunt knutselen.

De link met de scouting is trouwens dichterbij dan menigeen zou verwachten. Veel zeelieden gebruikten vroeger ‘vrije’ tijd op de woeste baren om met oude touwen door middel van knopen creaties te maken. Zie je wel, zo ben ik toch een beetje bij de (water)scouting gegaan ;).

Over Crocheticipation

Het is bijna een jaar geleden dat Crocheticipation officieel is opgericht. Een mijlpaal wellicht, maar tegelijk is er zoveel nog gaande, dat alle jaren die nog gaan komen vast veel mooier worden. Toch lijkt het me een mooi moment om even stil te staan bij wie we zijn en wat we doen.Eerst de feiten. Ik ben Lara: 26 vrolijke lentes jong. Debattrainer, (over)enthousiaste hobbykok, creatief met theezakjes, wol en stofjes, en, als ik nog tijd over heb, een goed boek. In de zomer van 2018 heb ik mijn baan opgezegd om mijn hart te volgen en leuke dingen te doen. Dat is naast debattrainer en sprekerscoach zijn, vooral haken en ontwerpen, het idee van Crocheticipation zat al lang in mijn hoofd en nu was er opeens tijd.

Een aantal jaren geleden liep ik stage in Bolivia op de rand van de Andes. Voordat ik bezig ging met mijn daadwerkelijke opdracht, heb ik een maand vrijwilligerswerk gedaan op een boerderij. Omdat het heerlijk was maar vooral om aan de hoogte (ik ben tot dik 4000 meter boven zeeniveau geweest) en aan de cultuur te wennen. Op de boerderij was ik voornamelijk bezig met paardentherapie voor gehandicapte kinderen. De familie gebruikte de inkomsten van de reguliere lessen om de therapie voor een groot deel te bekostigen. Door het gebrek aan opvang voor deze kinderen zijn veel ouders genoodzaakt om thuis te blijven, ook omdat de kinderen vaak niet of slechts beperkt naar school kunnen. Haken is daar (wist ik ook niet) zeer populair en bekend. Zo ontstond het idee om de vrouwen daar materiaal te geven die vervolgens producten zouden maken die dan weer verkocht zouden worden. Van de inkomsten konden de gezinnen net dat extra doen wat nodig was. Het idee is altijd in mijn hoofd blijven zwerven en zo kwam ik uiteindelijk op het idee om ‘Crocheticipation’ op te starten.

Ik weet het, de naam is een drama om uit te spreken. Maar het is volgens mij precies de essentie van wat we op termijn willen realiseren. Namelijk haken (crochet in het Engels) gebruiken voor een ‘participatiesamenleving’ (participation), of eigenlijk simpel gezegd om mensen te helpen. Als zij hun tijd en vaardigheden in kunnen zetten om zichzelf te helpen. Waarom zou ik dat dan niet ook kunnen?Inmiddels is de basis gelegd. De eerste patronen staan online en de missie en visie liggen op de plank voor de laatste aanpassingen. dus is het tijd om een boel moois te gaan doen. Weet jij kleinschalige, lokale organisaties die wel in zijn voor avontuurlijke manieren om publiciteit en wellicht wat geld op te halen? Dan kom ik graag met ze in contact! Laat ze zeker een berichtje sturen naar crocheticipation@gmail.com.

Het begin

Schrijven is nooit echt mijn ding geweest. Maar goed, dat zei ik ook ooit over haken. En zie dit. Ik kom uit een gezin waar we altijd wel iets creatief deden. Mijn moeder zat altijd met haar borduurwerk op de bank ’s avonds. In het huis is werkelijk geen fatsoenlijk plekje meer te vinden om een groot werk te hangen. Maar op zondag was het altijd helemaal feest. Dan kwamen de 3D vellen tevoorschijn, dozen met schaartjes, ponsen, zand, je kan het zo gek niet verzinnen. Samen met mijn moeder en mijn zusje bereidden we de stationary van mijn moeder uit tot proportionele grootte. Zelfs CDs en theezakjes waren niet veilig. Ach, er zijn vast slechtere hobbies te bedenken.

Ik heb nog steeds een zwak voor theezakjes

Ook sinds ik uit huis ben gegaan, studeren is immers een onvermijdbaar kwaad, is het virus niet verholpen. Binnen no-time had ik via marktplaats in Arnhem vier grote dozen theezakjes op de kop getikt om kaarten mee te maken. Avonden en weekenden zat ik op de grond in de kamer tussen bergen theezakjes van alles uit te zoeken en te sorteren. Een waar genot. Dat viel allemaal nog mee, totdat ik een keer in de stad een haakpakket tegen kwam.

Mijn eerste kussen

Mijn moeder had beloofd dat ze tijdens een weekendje weg in Leiden mij zou leren haken. We eindigden op een bijzondere locatie op een woonboot waar ik onhandig op de bank probeerde een draad door een lusje te friemelen met een stom haakje. We gierden het uit tot we erbij neer vielen, maar ik moest en zou dat kussen afmaken. Dus dat deed ik, met kerst dat jaar, bijna 7 maanden na de start. Toen volgde er een nijlpaard, en een olifant en pannenlappen en nog zoveel meer. Ik haakte de sprei voor het bed bij mijn ouders tijdens het lezen van de artikelen voor mijn afstudeeronderzoek.

Nu zijn de rollen omgedraaid. Mijn moeder belt of appt me met vragen over patronen en afgelopen jaar zijn we voor het eerst samen naar een creatieve beurs geweest. En heb ik haar zelfs aan de amigurumi gekregen. Ondertussen puilt mijn kleine appartementje uit met allerlei garens en is mijn Pinterest account overspoeld met foto’s van ideeën die nog een keer uitgewerkt moeten worden. Mijn inspiratie haal ik eigenlijk overal vandaan. Maar ik vind vooral het combineren van spannende kleuren, het uitrekenen van een nieuwe vorm of het gebruik van nieuwe en verschillende soorten garens interessant. Omdat haken leuk moet zijn, maar volgens mij ook, als je een nieuw patroon koopt, een beetje interessant. Je moet wel blijven leren. Want stiekem, blijf ik altijd een academicus met een onstilbare nieuwsgierigheid.

Goede voornemens

Als het nieuwe jaar is begonnen hebben we het automatisch over goede voornemens. De een stopt met drinken, de andere met roken, we willen bij elkaar zoveel kilo afvallen en dat ene ding toch beter doen dan vorig jaar. Ik maak het hele jaar door goede voornemens, maar het leek me wel gepast om dit jaar, met de start van Crocheticipation, ook wat meer goede voornemens te maken met betrekking tot haken. Dus hier mijn 3 belangrijkste voornemens voor komend jaar.

1. Meer mooie haakontmoetingen hebben

Ik weet niet meer waarom ik blogs ben gaan schrijven. Waarschijnlijk in een opwelling, zoals ik wel vaker van die dingen heb, die later uit de hand loopt. Maar wat ik wel zeker weet is waarom ik door ga met schrijven. Omdat ik het afgelopen jaar zoveel ongelooflijk geweldige mensen heb ontmoet, met nog mooiere verhalen die vertelt moeten worden. En ik hoop komend jaar niet alleen nog meer mooie mensen te ontmoeten maar vooral de verhalen met nog meer mensen te delen. Omdat ik denk dat haken juist iets is wat verbind, mensen die elkaar nooit zouden ontmoeten. Daar zie ik ongelooflijk naar uit, en des te meer reden om dit goede voornemen na te komen.

Samen is alles leuker

2. De Persian tiles deken afmaken

Af en toe kom ik zo’n patroon tegen waarvan ik weet dat ik het moet maken. Alleen maar omdat het weken achteraf nog in mijn hoofd rond blijft spoken, ik krijg de afbeelding dan gewoon niet uit mijn hoofd. Zo ook met de deken van de Persian Tiles. Dus heb ik afgelopen jaar het garen in huis gehaald. We zijn al een aardig eind gevorderd en eind van het jaar wil ik hem echt op mijn bed hebben liggen. Gelukkig heb ik ook nog een paar series klaarstaan die het vragen om gekeken te horen en buiten is het toch te koud en te grauw om leuke dingen te doen. Ik zeg, de sleutel tot succes!

3. Het patroon voor mijn nieuwe vestje afmaken

Een van de dingen waar ik het meeste energie van krijg is om van die leuke ideeën die eens in je hoofd zitten uit te werken. Helaas kost dat zoveel tijd. Het is geweldig na elke toer te zien hoe iets eruit volgt. Maar vanaf daar moet je de volgende toer meteen weten. En helaas zijn mijn ontwerpen tot nu toe nog niet echt dingen geweest die je in 1 dag kan maken – een kleine uitzondering daar gelaten. Dus het duurt even om alles uit te werken. Zo gaat jullie dit jaar niet ontgaan dat ik nogal een paardenmeisje ben. Maar nog belangrijk ben ik met het mooie garen van Linie 164 Java een van de mooiste dingen aan het maken die ik ooit heb bedacht – al zeg ik het zelf. Met dit mooie glanskatoen ben ik een mooie vestje aan het haken met verschillende structuren. Een echte eye-catcher en ik kan niet wachten tot hij af is en ik hem met jullie kan delen.Kortom, ik zie het al gebeuren. Dat wordt weken opgesloten zitten thuis en hakend en schrijvend alles maken en vastleggen.

Ik ben nu al verliefd op de kleuren

Dus: haaknaald klaar? Haken maar!

Vakantiepret

Vooruit, het is geen zomer, de laatste vakantie-vakantie is eigenlijk al voorbij. Maar met alle drukte op het werk had ik besloten om in het najaar op vakantie te gaan. Een week of twee geleden zat ik in het vliegtuig naar Windhoek, Namibië. Toch kunnen de gedachtes over quad rijden tussen de olifanten in de duinen van Namibië, raften bij de Victoria Falls en kamperen tussen de zebra’s de gedachte aan een haaknaald en een bolletje wol niet verdrijven. Hoogstwaarschijnlijk omdat ik een vlucht in het vooruitzicht heb die zo ongeveer 20 uur in beslag neemt met alle overstappen enzovoorts. Dus tijd voor een rijtje tomeloze projecten om de vliegtijd door te brengen.

Laten we het eerst even hebben over de voorwaarden van tomeloze projecten. Om te beginnen moet je niet teveel moeten knippen en afhechten. In het vliegtuig mag je immers én geen schaar én geen (scherpe) naald meenemen. Dus moet het iets zijn wat je makkelijk door haakt of aan elkaar haakt, want ook op het strand is het niet handig als je elke keer moet knippen en afhechten. Daarnaast is veel tellen niet heel handig. Op vakantie komen er gewoon regelmatig dingen tussen. Of je raakt met iemand aan de praat, er duikt een giraf op naast je raampje of vriendlief vraagt of je nog een cocktailtje wilt om aan te lurken. Als je dan vervolgens weer vijf minuten bezig bent om terug te vinden waar je bent gebleven, wordt je daar niet geweldig blij van. En als laatste, wat mij betreft, moet het een handzaam project zijn. Dekens met 400 steken in extra dik garen maken dat je zo ongeveer een volledige extra tas moet meeslepen waar je ook heen gaat. Laat staan de helft van je koffer die op gaat aan ruimte voor materiaal. Geen gigantisch probleem natuurlijk, maar wat mij betreft is ideaal anders.

DSCN2853

Wat blijft er dan over? Sjaals, shirtjes, kussens en dekens uit grote stukken. Zo haakte ik in Marokko, tijdens de busritjes van plek naar plek het voor- en achterpand van een shirtje. Die waren in de fietsteek te haken, iets dat ik inmiddels letterlijk met mijn ogen dicht kan. Dus terwijl de oases voorbij gleden en de gele duinen langzaam aan de horizon verschenen, kletsten we gezellig onze weg door de tijd heen terwijl mijn handen druk bezig waren met haken. Ik ben wat dat betreft iemand die letterlijk niet stil kan zitten. 

Meestal gaan er echter bollen mee voor een sjaal of een omslagdoek. Zo gingen er naar Bolivia 6 bollen Julia mee om een omslagdoek in granietsteek te haken (een vaste en losse afgewisseld), en tot op de dag van vandaag is dat mijn vaste attribuut in de reiskoffer – ook al ziet hij er eigenlijk niet meer heel charmant uit. Naar Bilbao gingen 3 bollen Papatya mee waar ik ook een omslagdoek van haakte. De laatste steek in de bus terug naar het vliegveld, precies op tijd om me er tijdens de vlucht in op te rollen en weg te dommelen. 

DSCN1060

Zelf heb ik een heel leuke sjaal ontworpen en gemaakt voor mijn vader met gevorkte clusters. Iets dat heerlijk weg haakt en ook nog eens makkelijk is, want je cadeautje hoef je alleen nog maar in te pakken als je thuiskomt vlak voor de kerst. Het patroon kun je volgende week vinden op mijn blogpagina.

Haken gaat digitaal – 3 apps waar je niet zonder kunt

Vooruit, we haken wellicht juist om een keer offline te zijn. Lekker actief bezig met de handen en niet met vierkante ogen achter een scherm. Maar ik haak eigenlijk nooit zonder telefoon. Al is het alleen maar om de voortgang in de groepsapp te zetten. Ook filmpjes zijn natuurlijk favoriet. Mocht je je telefoon ook functioneel gebruiken, dan zijn deze vijf apps een must-have. Oh ja, en ik ben Zeeuws dus vanzelfsprekend alleen maar gratis apps.


Laten we beginnen met twee vanzelfsprekende apps.

Youtube. Een patroon lezen of een diagram bekijken is 1 ding. Maar als je het patroon meteen mee kunt kijken, is het natuurlijk des te fijner. Ook al ben ik nogal het type dat alles het liefst zelf zo snel mogelijk zelf uitvind en zelf oplos. Eerlijkheid gebied me echter te zeggen dat ik laatst een nieuw avontuur met interlocking haken ben begonnen en een geweldig filmpje tegen kwam. Dus ja, je kunt niet zonder youtube. Ook om even snel op te zoeken hoe je iets het makkelijkste kunt doen.

Pinterest. Alleen de naam doet al allerlei plaatjes voor mijn ogen voorbij schieten. Wat is dat toch een heerlijke vorm van functioneel tijdverdrijf. Er staan hele borden vol met ideeën die, als ik ooit nog eens een jaartje vrij heb met heel veel geld, ik allemaal ga maken. Tot die tijd vermaak ik me in de vrije uurtjes in de trein prima met de rode-P app. En tot mijn grote vreugde kan ik inmiddels mede delen dat zelfs mijn moeder hem ook al gebruikt.

Yarnie. De korte tijd dat ik een iPhone heb gehad – lang verhaal, is voor een ander keer – kwam ik in de apple store de app Yarnie tegen. Wat een heerlijke app was dat! Helaas dus niet beschikbaar op Android ben ik met mijn nieuwe telefoon achter gekomen, maar dat mag de pret niet drukken. Mocht je hem kunnen downloaden, doen! Je kunt hierin al je projecten zetten met details als naaldgrootte en link naar het patroon. Heel handig als je zestien (of meer) projecten hebt liggen en af en toe niet meer weet met welke maat je nu dat eerste oor van het rendier hebt gehaakt. Voor elk project heb je ook een aparte toerenteller, of gewoon een toerenteller zonder project. Ik vond het heerlijk. En anders, dan maken we gewoon een leuk schriftje met dezelfde gegevens. Kan ik meteen mijn handettering oefenen.

Kortom, een telefoon kan altijd wat leuks toevoegen aan de haak ervaring. Zolang je altijd maar meer aandacht besteed aan de naald dan aan de telefoon, dan komt het goed!